We leren dat het leven van een vlinder eigenlijk begint bij een eitje op een blad. Uit het eitje komt een rups, deze eet, groeit en maakt een cocon rond zich. Hieruit komt dan de vlinder.
We beginnen bij het begin: het ei op het blad. De peuters experimenteren met witte klei om uiteindelijk een eitje te maken.
Juf Sarah is ziek, dat is jammer. Maar met juf Valerie mogen we buiten spelen. En het is net zo'n mooi zonnig lenteweer.
Uit het ei kruipt een rups. Met de verfborstel schilderen de peuters een rij van een eierdoos. Zien we daar een rupsje? 😀
Als de rups veel gegeten heeft, maakt ze een cocon rond zich. De peuters maken met een lintje crêpepapier en wol een cocon rond een rupsje.
Voorbije tijd hebben de peuters veel geknipt. Deze snippers worden gebruikt om het kleven met lijm te oefenen en zo maken ze... een rups.
We herhalen nogmaals de fasen van ei tot vlinder: het ei - de kleine rups - de dikke rups - de cocon - de vlinder. Voor elke fase vullen we een figuur met kleeffolie op met allerlei soorten materialen: pluimpjes, froezels, zijdepapier, wol, foamfiguurtjes, pompons. Deze hangen we onder elkaar aan het raam.
Met parels worden korte en lange rupsen gemaakt. De peuters zijn zeer gedreven bezig.
Rupsje Nooitgenoeg, van jou krijgen wij nog niet genoeg😊.







































































