Op zoek naar groenten

Op dinsdag 15 oktober doen we mee aan de challenge 'Eet lokaal'. Jules wil graag soep maken, maar daarvoor hebben we groenten nodig. We gaan dan ook heel lokaal op zoek naar groenten, nl. in een groentetuin in de Oostremstraat. Het is niet echt meer het seizoen om een weelderige groentetuin te zien, maar we zien wel dat groenten / aardbeien in de grond (aarde) groeien. En de boontjes en nog wat tomaatjes zien we aan de struiken hangen.











We krijgen wat tomaatjes en ajuintjes (ook van eigen kweek) mee en op het terras ligt de oogst pompoenen, ook uit de tuin, waarvan we er 2 mogen meenemen.


En dan gaan we soep maken. 


Dat ziet er niet helemaal juist uit. De pompoen moet natuurlijk in stukken gesneden worden.







Groenten gesneden... we kunnen beginnen met koken. Opgelet, het vuur wordt warm!




In hun eigen veilige keuken maken de peuters ook heerlijke groentesoep. Mmm... heerlijk.








Spelletje met groenten: halve puzzels.


De groenten zijn gaar... mixen maar.



De soep is warm... even wachten en dan blazen. We eten er onze boterhammetjes bij... gezellig. Smakelijk!




In de groentetuin hebben we gezien dat groenten in de aarde groeien. Achter de groene speelplaats heeft de buur ook een groentetuin, ook daar groeien de groenten in de aarde. 



Als we nu eens aarde meenemen naar de klas, dan kunnen we daar ook een groentetuin maken.












De groenten kunnen groeien.

Feest voor oma en opa

Donderdag en vrijdag is het grootouderfeest. We kleven feest op het blad waarop we autosporen maakten. We kleven vlaggetjes en de foto's van de grootouders en onszelf.

  





Met de grote blokken worden garages voor auto's gebouwd.




Op het grootouderfeest zullen we dansen op het liedje 'Klein rood autootje'. Daarom schilderen we een grote kartonnen doos rood... dit wordt onze rode auto.

  

   

Een auto heeft wielen nodig om te rijden. Met kurk en zwarte verf gaan ze aan de slag. Uit de kartonnetjes knipt de juf wielen voor de rode auto, de zwarte kurken dienen voor wielen van de bussen.



De rode auto is klaar.


De kartonnen eierdozen die ze eerder schilderden om een bus van te maken, zijn ook klaar.
Dit zijn de cadeautjes voor de grootouders.
Oma, opa, rij je mee in mijn bus?
Dan geef ik jou een dikke kus.